Grensregio’s bundelen zich voor meer mobiliteit in Europa

Grensarbeiders in Europa

In de EU reizen dagelijks circa 80.000 werknemers over de grens om naar hun werk te gaan.(1) Hierbij wordt telkens weer geklaagd over het feit dat ondanks het vrij verkeer van personen, de verschillende rechtssystemen bij grensoverschrijding vaak toch tot hindernissen leiden bij grensarbeiders.

Barrières afbreken

De problemen op het gebied van belastingen, arbeidsrecht en sociale zekerheid zijn voldoende bekend. Ondanks de kennis van zaken zijn de adviescentra nauwelijks in staat om naast adviesverlening ook nog aan een oplossing te werken. Daarnaast worden vertegenwoordigers van de afzonderlijke grensregio’s, die deze problemen zoals wij op nationaal en op Europees niveau aanspreken, ermee geconfronteerd dat hun bevindingen op voornoemde niveaus vaak niet de verdiende aandacht krijgt.

De TaskForce.Net van de Euregio Maas-Rijn bestrijdt al sinds 2006 deze mobiliteitshindernissen. Tijdens de eerste fase van het project werd duidelijk hoe zeer de problemen in onze regio met die van de andere grensregio’s overeenkwamen. Om deze reden werd op 4 december 2009 GRENSNET opgericht. Het gaat hierbij om een innovatief coöperatienetwerk dat zich kenmerkt door twee duidelijke samenwerkingdoelen:
  • op deskundigenniveau dient kennis te worden uitgewisseld en competenties te worden gebundeld;
  • de voorstellen die wij voorleggen aan nationale regeringen en Europese instellingen moeten daardoor meer politiek gewicht krijgen.

Op dit moment bestaat GRENSNET uit de volgende leden:

  • De regio Sønderjylland-Schleswig aan de Deens-Duitse grens;
  • De Euregio aan de Duits-Nederlandse grens;
  • De grensregio Saarlorlux aan de grens tussen Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en België;
  • De Oberrheinkonferenz aan de Duits- Frans en Zwitsere grens;
  • De TaskForce.Net aan de grens tussen België, Duitsland en Nederland.
Wij zijn er gezamenlijk van overtuigd dat onze samenwerking een verdere stap voorwaarts is naar één Europa binnen onze grensregio’s.